Zonder registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) kunt u geen kinderdagopvang openen. Daarom is het belangrijk dat u eerst alles regelt wat nodig is voor uw LRK-inschrijving.
Heeft u een goede locatie voor uw kinderopvang gevonden? Bekijk dan eerst in het omgevingsplan van uw gemeente of deze geschikt is voor kinderopvang. Als dit niet zo is, kunt u met een omgevingsvergunning toestemming vragen om het omgevingsplan aan te passen.
Komt u er niet uit? Neem contact op met uw gemeente om de mogelijkheden te bespreken.
Uw kinderopvanglocatie moet brandveilig zijn. U moet bijvoorbeeld zelfsluitende branddeuren hebben. Of u een brandmeldinstallatie of rookmelders nodig hebt, hangt af van hoe groot het gebouw is. En op welke verdieping uw kinderopvang zit.
In sommige gemeenten heeft u een vergunning voor brandveiligheid nodig. Vraag uw gemeente of dit in uw situatie ook zo is.
Als u geen vergunning nodig heeft, moet u meestal bij uw gemeente melden dat u een kinderopvang gaat beginnen. De brandweer of gemeente komt dan langs om te controleren of u aan de brandveiligheidseisen voldoet.
Dit heet een gebruiksmelding. Dit doet u via het Omgevingsloket.
U moet uw kinderopvang inschrijven bij KVK. Na uw inschrijving geeft KVK uw gegevens automatisch door aan de Belastingdienst.
Lees meer over wanneer u zich moet inschrijven bij KVK en hoe u zich voorbereid.
Voordat u start, moet u zich inschrijven in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Zo wordt gecontroleerd of u iets strafbaars heeft gedaan waardoor u niet met kinderen mag werken of in de buurt van kinderen mag zijn.
Voor uw registratie heeft u DigID of eHerkenning nodig. Welk inlogmiddel u gebruikt, hangt af van uw situatie.
Voor uw inschijvingen in het PRK en LRK heeft u een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) nodig voor uzelf en uw personeel. Met een VOG bewijst u dat u of uw werknemers niet iets strafbaars hebben gedaan dat een reden kan zijn om niet in de kinderopvang te mogen werken.
Heeft u een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid, bijvoorbeeld een bv? Dan moet u een Verklaring Omtrent het Gedrag Rechtspersonen (VOG RP) aanvragen. Met de VOG RP voldoen de organisatie en de bestuurder aan de screening die nodig is voor de kinderopvang.
Houders of bestuursleden die een VOG RP hebben, hoeven geen persoonlijke VOG meer aan te vragen. Anderen hebben wel een persoonlijke VOG nodig (VOG natuurlijke personen).
Bij uw aanvraag bij het LRK moet u een pedagogisch beleidsplan meesturen. Dit is een document waarin uw ideeën staan over omgaan met kinderen. Verandert er iets in uw mening of de omstandigheden in uw kinderopvang? Dan moet u het plan aanpassen.
Uw opvang moet een veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben. Hierin beschrijft u hoe u kinderen beschermt tegen risico's binnen uw kinderopvang.
U schrijft het beleid samen met uw medewerkers en vraagt de oudercommissie om advies.
De GGD komt elk jaar onverwacht bij u langs om uw kinderopvang te controleren.
Lees wat in een veiligheids- en gezondheidsbeleid moet staan.
Als u eten klaarmaakt moet u aan de regels voor voedselveilig werken voldoen. Zo zorgt u dat kinderen niet ziek worden van het eten dat in uw kinderopvang is gemaakt. Neem hiervoor een HACCP-voedselveiligheidsplan op in uw veiligheids- en gezondheidsbeleid. HACCP staat voor 'Hazard Analysis Critical Control Points.' In dit plan beschrijft u hoe u de voedselveiligheid en hygiëne bewaakt.
U kunt zelf een plan opstellen. Of een goedgekeurde hygiënecode van uw branchevereniging gebruiken. Bijvoorbeeld die van de Brancheorganisatie Kinderopvang.
Heeft u alles geregeld en bent u klaar voor uw aanvraag?
De gemeente heeft minimaal 10 weken nodig om uw aanvraag te behandelen.
Na uw aanvraag, geeft de gemeente opdracht aan de GGD om te controleren of uw opvang aan alle eisen voldoet. Is dit het geval? Dan zet de gemeente uw kinderopvanglocatie in het LRK. Daarna mag u beginnen.
Voor elke kinderopvanglocatie vraagt u een LRK-registratie aan.
Begint u een dagopvang én een buitenschoolse opvang (bso) op hetzelfde adres? Dan moet u 2 LRK-registraties aanvragen.
Naast de dingen die u moet regelen voor een LRK-registratie, moet u ook aan regels voldoen voor het leiden van uw kinderopvang. Er zijn bijvoorbeeld regels voor uw locatie, medewerkers, administratie en samenstelling van de groepen.
Een overzicht van de belangrijkste regels:
Ouders verwachten dat hun kinderen veilig zijn bij de kinderopvang. Naast brandveiligheid (zie Dit heeft u nodig voor inschrijving in het LRK), moet u aan nog een aantal wettelijke eisen voldoen:
Uw kinderopvang moet genoeg ruimtes hebben. Deze moeten passen bij de leeftijd en het aantal kinderen dat u opvangt. Ook moeten de ruimtes geschikt zijn om veilig in te spelen en te rusten.
U moet zich houden aan het 4-ogenprincipe. Dit betekent dat er altijd een andere volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een pedagogisch medewerker.
U moet kinderen veilig en verantwoord vervoeren. U bent hiervoor verantwoordelijk.
Check de regels voor veilig vervoeren van kinderen.
Zorg dat er genoeg volwassen medewerkers aanwezig zijn met een kinder-EHBO-certificaat. Heeft u een dagopvang en bso op dezelfde locatie? Dan moeten er minimaal 2 gecertificeerde medewerkers zijn.
Medewerkers in de kinderdagopvang moeten aan bepaalde beroepseisen voldoen. Daarnaast is het belangrijk dat er genoeg beroepskrachten aanwezig zijn. Daarbij moet u rekening houden met regels voor het samenstellen van de groepen:
Check op Kinderopvang-werkt.nl welke diploma's en opleidingen gekwalificeerd (erkend) zijn voor pedagogisch medewerkers.
Wilt u weten of uw sollicitant of medewerker de juiste diploma's heeft? Gebruik de Diplomacheck Kinderopvang om dit te controleren.
Als u niet met kinderen werkt hoeft u zelf geen diploma's in de kinderopvang te hebben.
Naast bepaalde diploma's, moeten uw medewerkers bepaalde vaardigheden hebben:
Iedereen die werkt op een plek waar kinderen worden opgevangen moet zich inschrijven in het Personenregister kinderopvang. U en uw medewerkers worden regelmatig gecontroleerd op strafbare feiten.
Werknemers hebben een VOG nodig om zich in te schrijven bij het Personenregister kinderopvang. De VOG mag op het moment van inschrijven bij het PRK niet ouder zijn dan 2 maanden.
Lees meer over inschrijven in het Personenregister Kinderopvang.
Hoeveel kinderen uw opvang mag opvangen, hangt af van de leeftijd van de kinderen en het aantal pedagogisch medewerkers. Dit heet de beroepskracht-kindratio (BKR).
Met de rekentool van het Ministerie van SZW berekent u hoeveel pedagogisch medewerkers u minimaal nodig heeft voor uw kinderopvang. Voor dagopvang berekent u de BKR per groep en voor bso per kindercentrum.
Lees meer over de beroepskracht-kindratio.
U moet een pedagogisch beleidsmedewerker hebben voor een verplicht aantal uren. Deze coacht de pedagogisch medewerkers in hun dagelijkse werk. Ook ontwikkelt en bewaakt de pedagogisch beleidsmedewerker het pedagogisch beleid van uw kinderopvang.
Lees waar uw pedagogisch beleidsmedewerker aan moet voldoen.
U moet zorgen voor een vast gezicht voor de kinderen en een eigen mentor. Ook moet u de ouders op de hoogte houden en betrekken bij de opvang:
Tijdens openingstijden moet altijd minimaal één vast gezicht per kind aanwezig zijn in de dagopvang. Dit heet het vaste-gezichten criterium. Voor bso geldt het vaste-gezichten criterium niet.
Lees meer over de regels voor vaste groepen en gezichten op Rijksoverheid.nl.
Ieder kind heeft een mentor. De mentor is een pedagogisch medewerker die de ontwikkeling van een kind bespreekt met de ouders.
Vermoedt u acute (direct gevaar) of structurele onveiligheid (voortdurend gevaar)? Dan moet u dit melden bij Veilig Thuis.
In de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling staan 5 stappen die u en uw medewerkers moeten nemen bij een vermoeden van kindermishandeling.
U moet op elke locatie een oudercommissie hebben. Deze geeft u advies over de kwaliteit van de opvang.
Over bepaalde onderwerpen moet u de oudercommissie (verplicht) om advies vragen voordat u een beslissing neemt. Bijvoorbeeld over:
De regels voor de oudercommissie moet u klaar hebben binnen 6 maanden na uw aanmelding bij het LRK. Gebruik hiervoor een modelreglement van de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) en Brancheorganisatie Kinderopvang.
U moet ouders van kinderen die u opvangt het laten weten als er iets belangrijks verandert binnen uw opvang. Bijvoorbeeld wijzigingen in het pedagogisch beleid, de klachtenregeling, de oudercommissie en de GGD-inspectierapporten. Dit heet informatieplicht.
Lees meer over de rol van ouders in de kinderopvang op Rijksoverheid.nl.
U moet zich aanmelden bij de Geschillencommissie Kinderopvang. Dit doet u voor al uw vestigingen. Ouders kunnen hulp vragen aan een geschillencommissie als ze een klacht hebben en het niet lukt om deze met elkaar op te lossen.
Laat de ouders en de oudercommissie weten dat u bent aangemeld bij de geschillencommissie.
Net als ieder ander bedrijf, moet u verplicht een administratie bijhouden. In de kinderopvang moet u extra gegevens vastleggen in uw boekhouding:
Naast basisgegevens, zoals salarissen en betaalde rekeningen, moet u ook andere gegevens bijhouden. Bijvoorbeeld:
Lees meer over het bijhouden van een administratie in de kinderopvang.
U moet verschillende gegevens bijhouden voor de kinderopvangtoeslag en verplicht elke maand aanleveren bij de Belastingdienst. Zoals de naam, het BurgerServiceNummer (BSN) en adresgegevens van elk kind. En de naam, het BSN-nummer en geboortedatum van de ouders.
Kinderopvang is vrijgesteld van btw. Dit betekent dat u geen btw in rekening brengt. Ook kunt u de btw die u betaalt aan uw leveranciers niet terugvragen. Houd hier rekening mee als u dingen koopt voor uw opvang. Bijvoorbeeld meubilair, zoals kinderbedjes.
Lees meer over vrijstelling van btw voor kinderopvang op Belastingdienst.nl.
Mogelijk gemaakt door